Ach meiske, prate ge toch gewoon Vlaams…

Destijds hadden wij Geschiedenisles van Guus Ebeling. Hij kon geweldig vertellen en hoe bloediger de verhalen waren hoe meer de dames angstig zaten te kijken. Het voordeel van deze verhalen was wel dat je het goed kon onthouden omdat de afschuw van het verhaal nog wel eventjes bleef hangen. We hadden les vlak voor de pauze en tot groot ongenoegen van Guus begonnen verschillende leerlingen dan ook 10 minuten voor het einde van de les hun brood op het randje van de tafel neer te leggen, om er af en toe een hap van te nemen. Hij wist schijnbaar bij ondervinding dat je hier maar beter niets van kon zeggen want het gebeurde toch wel. Hij had hier het volgende op gevonden. Zodra de boterhammen te voorschijn kwamen begon hij door de klas te lopen en stak eenvoudig zijn vinger in jouw boterham om dan te vragen wat er op zat. Je liet het in het vervolg wel uit je hoofd om de boterhammen voortijdig op je bureau te leggen. Ook appels en ander fruit waren niet veilig, je was het eenvoudig kwijt.
Je moest ook niet proberen om stiekem te snoepen, want zodra hij dit door had, viste hij het zakje met snoep uit jouw tas om vervolgens alle snoepjes uit het zakje te halen en die op de rand van zijn bureau te leggen en er af en toe met groot genoegen en een grote grijns op zijn gezicht eentje van te nemen.

Van Dhr. Van de Made kregen wij destijds Nederlands. Hij had wat moeite om de klassen in het gareel te houden en kon zich vreselijk opwinden. Zo erg dat hij tijdens het schreeuwen zijn kunstgebit verloor dat onder de verwarming vloog. Hij wist niet hoe snel hij het weer in zijn mond moest steken. Maar ja, net als tegenwoordig waren toen de klaslokalen ook al niet zo heel erg schoon. Stof, stof en nog eens stof. De volgende spurt van Dhr. Van der Made was dan ook naar de toiletruimte om zijn gebit af te spoelen.

In het eindexamenjaar gingen we met de eindexamenklassen naar Luxemburg. Een leuk uitstapje. Na wat omzwervingen in de stad Luxemburg kun je toch wel een beetje de weg kwijtraken en een van mijn klasgenootjes (Els Nieuwenhuizen) vroeg aan een oud mannetje met een wandelstok in haar beste Frans de weg. Het mannetje keek haar glimlachend aan en antwoordde in het Vlaams. Ach meiske, prate ge toch gewoon Vlaams. Iedereen in een deuk en zij een rood hoofd, dit heeft ze nog wel een aantal keren moeten horen.

Greet Leiseboer